Grasaren: de dierenarts waarschuwt, de gemeente maait te laat

Twee handen controleren tussen de tenen van de voorpoot van een bruine hond in het gras

Dierenartsenorganisatie IVC Evidensia ziet deze weken opvallend veel honden met klachten door grasaren, en roept baasjes op hun hond na iedere wandeling na te kijken. Terecht advies. Alleen ligt de last daarmee wel volledig bij de hondeneigenaar, terwijl het probleem voor een flink deel langs de kant van het pad wordt gemaakt.

Waarom zo’n zaadje zoveel schade doet

Grasaren zijn de zaden van wilde grassoorten die in de zomer loskomen. Ze hebben microscopisch kleine weerhaakjes, en die haakjes zorgen ervoor dat het zaadje maar één kant op kan: naar binnen.

David Gribnau van IVC Evidensia legt het bij RTV Zulthe zo uit: ze blijven in de vacht hangen en dringen daarna de huid binnen. Vooral tussen de tenen, maar ook oren, neus en ogen. En dan komt de zin die het voor ons vak zo relevant maakt: “Als een grasaar terecht komt in een kussentje van een hondenpoot, dan wordt die er door het lopen er steeds dieper ingedrukt.”

Dat is dus geen ongelukje dat vanzelf overgaat. Elke stap duwt hem verder. Dierenarts Izzy van Hamont vertelt aan Nieuws.nl dat honden er regelmatig voor onder narcose moeten, omdat de aar dan al centimeters diep zit.

Hier zit onze zorg

Wij zien honden die mank lopen, en in de zomer wordt dat manken standaard uitgelegd als een verstapping of een overbelaste poot. Rust, rustig aanlopen, over een week kijken we weer.

Bij een grasaar is dat precies verkeerd. Een verstuiking wordt beter van tijd; een grasaar wordt met tijd erger, want de hond blijft lopen en drukt hem dieper. Loopt je hond na een wandeling langs hoog gras ineens mank op één poot en likt hij aan diezelfde poot, dan is “even aankijken” het slechtste plan dat er is.

Datzelfde geldt voor de andere signalen: veel met de kop schudden, of blijven niezen nadat hij in het gras heeft gesnuffeld. Dat is geen gedrag, dat is een melding.

En dan de gemeente

Hier neemt IVC Evidensia stelling, en wij zijn het ermee eens. De organisatie roept gemeenten op om bermen en gras langs wandelpaden op tijd te maaien op plekken waar veel honden worden uitgelaten, én om het maaisel af te voeren. Van Hamont sluit zich aan bij een eerdere oproep van de Koninklijke Hondenbescherming.

Dat tweede deel wordt bijna altijd vergeten. Afgemaaid gras dat blijft liggen is namelijk gevaarlijker dan gras dat er nog staat: opgedroogde aren worden harder en gaan makkelijker door de huid. Een gemeente die maait en het maaisel laat liggen, heeft het risico dus niet verkleind maar vergroot.

Dat is een keuze van een paar euro per strekkende meter tegenover honden die onder narcose moeten. Ecologisch bermbeheer heeft goede redenen, maar dan wel graag ergens anders dan precies op de honderd meter waar het hele dorp de hond uitlaat.

Wat je vandaag doet

Loop na elke wandeling de vaste plekken na: tussen de tenen, oksels, liezen en oren. Doe dat direct na thuiskomst, niet ’s avonds — hoe korter een aar in de vacht zit, hoe groter de kans dat je hem er gewoon uit haalt.

Zit er een in het oor of de neus, ga er dan niet zelf achteraan. Dat duwt hem dieper. Dan is het dierenarts, dezelfde dag.

En vermijd hoog, ongemaaid gras zolang het zo droog is. Dat is minder leuk dan het klinkt, maar het is de enige maatregel die honderd procent werkt.

Meer over het herkennen van klachten: wat je doet als je hond mank loopt, hoe je pijn bij honden herkent en waar je op let als je je hond thuis masseert — want juist bij masseren voel je zo’n plekje vaak als eerste.